ECLI:NL:CBB:2006:AV3575
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing subsidieaanvraag op grond van Subsidieregeling technische assistentie in opkomende markten
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag op grond van de Subsidieregeling technische assistentie in opkomende markten (TAOM). De subsidieaanvraag werd afgewezen omdat gegronde vrees bestond dat het project niet gefinancierd kon worden en het subsidieplafond voor 2004 was bereikt.
De kern van het geschil betrof de vraag of de wijziging in de eigendomsstructuur van appellante, die een positieve invloed had op haar financiële positie, bij de heroverweging van het bezwaar had moeten worden meegenomen. Verweerder stelde dat vanwege het subsidieplafond en de volgorde van binnenkomst van aanvragen geen rekening kon worden gehouden met wijzigingen na het moment van aanvraag.
Het College oordeelde dat de subsidieverdeling een rangschikking kent op basis van ontvangstdatum en dat wijzigingen na het bereiken van het plafond niet met terugwerkende kracht kunnen worden meegenomen. Tevens was de financiële positie ten tijde van de aanvraag onvoldoende om vertrouwen te geven in de financiering van het project. De telefoongesprekken over de herstructurering waren onvoldoende concreet om de afwijzing te weerleggen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.