ECLI:NL:CBB:2006:AV4529
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tuchtgerecht bij gebruik niet-toegestaan groeimiddel in biologische landbouw
Appellante werd door het tuchtgerecht van Stichting Skal gesanctioneerd met een geldboete van €750 wegens het gebruik van een niet-toegestaan onkruidbestrijdingsmiddel op een perceel waarop biologische productie plaatsvond. De inspecties van Skal toonden aan dat op perceel 18 pleksgewijs was gespoten met een groeimiddel dat niet is toegestaan volgens de bijlagen van Verordening (EEG) nr. 2092/91.
Appellante voerde aan dat zij de ridderzuring had uitgestoken en dat de verkleuringen het gevolg waren van uitdroging of een familiair geneesmiddel, en ontkende het gebruik van een groeimiddel. Het College van Beroep achtte echter de deskundigheid van Skal en de inspectiefoto’s overtuigend bewijs dat het groeimiddel was gebruikt, waarmee is gehandeld in strijd met de Certificatiegrondslagen en de Verordening.
Desondanks oordeelde het College dat het tuchtgerecht niet bevoegd was een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen, omdat appellante niet ten laste was gelegd dat zij producten met de aanduiding “biologisch” in de handel had gebracht of reclame had gemaakt. Volgens het nationale stelsel kan alleen bij overtreding van regels omtrent de verhandeling of etikettering van biologische producten een tuchtmaatregel worden opgelegd.
Het beroep van appellante werd gegrond verklaard, de tuchtuitspraak vernietigd en het tuchtgerecht onbevoegd verklaard om een maatregel op te leggen voor het bewezen feit van het gebruik van het niet-toegestane middel. Hiermee bevestigde het College de noodzaak van een duidelijke koppeling tussen overtreding en verhandeling met biologische aanduiding voor tuchtrechtelijke sancties.
Uitkomst: Het College vernietigt de tuchtuitspraak en verklaart het tuchtgerecht onbevoegd tot oplegging van een maatregel wegens het gebruik van een niet-toegestaan groeimiddel zonder dat sprake was van verhandeling met biologische aanduiding.