ECLI:NL:CBB:2006:AV4556
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming inkomensderving na preventieve ruiming pluimveehouderij
Appellante, een vennootschap onder firma met een pluimveehouderij, vordert vergoeding van inkomensderving en leegstandsschade na preventieve ruiming van haar bedrijf tijdens de vogelpestcrisis 2003. Verweerder, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, wees dit verzoek af omdat de wet een gesloten systeem van schadevergoeding kent en dergelijke gevolgschade als normaal ondernemersrisico wordt beschouwd.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, met name artikel 91, dat in bijzondere gevallen schade kan vergoeden die niet onder de artikelen 86 en 90 valt. Het College oordeelt dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de inkomensderving niet te vergoeden, omdat het risico van vervolgschade tot het normale ondernemersrisico behoort.
Appellante beroept zich op het evenredigheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, stellende dat volledige schadeloosstelling vereist is bij preventieve ruiming. Het College verwerpt dit beroep en bevestigt dat de maatregelen in het algemeen belang zijn genomen en een fair balance bieden tussen algemeen belang en bescherming van fundamentele rechten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van vergoeding van inkomensderving na preventieve ruiming wordt ongegrond verklaard.