ECLI:NL:CBB:2006:AW1968
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Intrekking S&O-verklaring wegens onvoldoende projectadministratie bij haalbaarheidsonderzoek CO2-machine
Appellante, een bedrijf binnen een groep werkmaatschappijen, voerde een haalbaarheidsonderzoek uit naar textielreiniging met CO2 als alternatief voor schadelijke stoffen. Verweerder trok de S&O-verklaring voor 2001 in omdat de projectadministratie niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 25 WVA Pro en artikel 2 Uitvoeringsregeling Pro.
Tijdens het onderzoek en de zitting bleek dat de administratie weliswaar uitgebreid was, maar dat de stukken specifiek over 2001 zeer summier waren. Er ontbraken onderliggende rapporten en meetresultaten die de aard en inhoud van het speur- en ontwikkelingswerk duidelijk maakten. Appellante kon geen aanvullende documenten over 2001 overleggen.
Verweerder stelde dat de administratie onoverzichtelijk was en onvoldoende duidelijkheid gaf over de verrichte S&O-werkzaamheden, mede vanwege een notitie dat geen zelfstandige ontwikkeling van apparatuur zou plaatsvinden. Appellante voerde aan dat het haalbaarheidsonderzoek wel degelijk was uitgevoerd en dat de strengere eisen uit de Handleiding WBSO 2003 niet van toepassing waren op het project van 2001.
Het College oordeelde dat de administratie niet voldeed aan de wettelijke vereisten en dat verweerder terecht de intrekking handhaafde. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de S&O-verklaring over 2001 wordt ongegrond verklaard.