ECLI:NL:CBB:2006:AW2014
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake meststoffenvervoer naar Duitsland
Verzoeksters, twee B.V.'s, maakten bezwaar tegen een brief van de Minister van Landbouw waarin een kennisgeving van de overbrenging van pluimveemest naar Duitsland aan de Duitse autoriteiten was verzonden. Zij vorderden een voorlopige voorziening om duidelijkheid te verkrijgen over de toepasselijkheid van de regelgeving en de status van mest als afvalstof.
De voorzieningenrechter overwoog dat de brief van de Minister geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevatte en dat het verzenden van de kennisgeving geen rechtsgevolg heeft. Tevens was geen spoedeisend belang gebleken, omdat de Minister geen bezwaar had tegen het vervoer en er geen acute schade of bedreiging van de bedrijfscontinuïteit was aangetoond.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af. Hiermee blijft de status van meststoffenvervoer onder de Meststoffenwet en de Europese Verordening ongewijzigd, en is geen voorlopige voorziening getroffen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.