ECLI:NL:CBB:2006:AW5690
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verlenging communautaire vergunning goederenvervoer
Verzoeker, exploitant van een transportonderneming, vroeg verlenging van zijn communautaire vergunning voor grensoverschrijdend beroepsvervoer. Deze werd geweigerd omdat zijn onderneming niet voldeed aan de kredietwaardigheidseis, met een negatief risicodragend vermogen van € 74.376 per 31 december 2003.
Verzoeker stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was gebracht van de termijn voor het aanleveren van financiële gegevens en dat hij inmiddels een positieve financiële ontwikkeling doormaakte. Desondanks heeft hij geen tijdig of voldoende bewijs van kredietwaardigheid overgelegd. Verweerster handhaafde het besluit en stelde dat de financiële situatie onvoldoende was en dat de geografische ligging geen bijzondere omstandigheid vormde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker wel degelijk een spoedeisend belang had, maar dat het niet aanleveren van de benodigde financiële gegevens voor zijn risico kwam. De wettelijke bepalingen laten geen ruimte voor afwijking van de kredietwaardigheidseis bij verlenging. Omdat verzoeker niet voldeed aan deze eis en de binnenlandse vergunning niet was ingetrokken, kon de weigering van verlenging van de communautaire vergunning in stand blijven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering tot verlenging van de communautaire vergunning wordt afgewezen.