ECLI:NL:CBB:2006:AX1775
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing EG-steun voor braaklegging akkerbouwpercelen
Appellante, een maatschap, had voor het jaar 2004 steun aangevraagd voor akkerbouwgewassen, inclusief een oppervlakte groene braak. Na controle door de AID werd vastgesteld dat een deel van het opgegeven braakperceel niet voldeed aan de voorwaarden, omdat het werd gebruikt voor opslag van stro en zand. Verweerder kende daarom slechts steun toe voor een deel van de oppervlakte en wees het bezwaar van appellante af.
Appellante stelde dat het gebruik van het perceel voor opslag geen winstgevende landbouwactiviteit was en dat de metingen van de AID onjuist waren. Ook wilde zij een perceel alsnog als braak laten aanmerken, wat verweerder weigerde wegens het ontbreken van een kennelijke fout en het overschrijden van de indieningstermijn.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de conclusies van de AID zonder meer werden gevolgd, vooral met betrekking tot het middengedeelte van perceel 14. Tevens was de weigering om appellante te horen onjuist. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Daarnaast werd appellante het griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen.