ECLI:NL:CBB:2006:AX2496
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late indiening aanvraag S&O-verklaring tweede halfjaar 2005
Appellante, een startend bedrijf, diende een aanvraag in voor een S&O-verklaring voor het tweede halfjaar van 2005, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag na de uiterste indieningsdatum was ingediend. De aanvraag had uiterlijk 2 juni 2005 ingediend moeten zijn, maar werd pas op 16 juni ontvangen.
Appellante voerde aan dat zij de aanvraag bewust later indiende, omdat zij eerst de beoordeling van de aanvraag over het eerste halfjaar wilde afwachten om ervaring op te doen en een verbeterde aanvraag te kunnen indienen. Ook stelde zij dat de S&O-verklaring cruciaal was voor de financiering van haar project en andere subsidies.
Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding voor rekening van appellante komt, omdat geen toezegging of afspraak was gemaakt over een latere indieningsdatum. Het feit dat de beslissing op de eerste aanvraag nog niet was ontvangen, vormde geen verschoonbare omstandigheid. Het College wees erop dat een pro forma aanvraag tijdig had kunnen worden ingediend en dat het financiële belang geen grond is om de termijnoverschrijding te vergoelijken.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen kostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag voor een S&O-verklaring werd ongegrond verklaard.