ECLI:NL:CBB:2006:AX2653
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- H.C. Cusell
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing subsidieaanvraag groene braak akkerbouwperceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw dat haar aanvraag voor subsidie op grond van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen deels afwees. Het geschil betrof met name de weigering van subsidie voor een braakperceel (perceel 4) waarvan de oppervlakte volgens de controle ter plaatse kleiner was dan de opgegeven oppervlakte en waarvan de staat van het perceel werd betwist.
De controle door de Algemene Inspectiedienst constateerde dat het perceel deels was overwoekerd met onkruid en dat er materialen lagen, waardoor het niet als subsidiabel braakperceel werd aangemerkt. Tevens werd een vijver van circa 0,3 hectare niet meegeteld. Verweerder paste op grond van de Verordening (EG) nr. 2419/2001 een korting toe vanwege het verschil in oppervlakte, wat leidde tot afwijzing van de subsidie voor dat perceel.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende inzicht had gegeven in de feitelijke grondslag van de afwijzing, met name doordat niet duidelijk was waar op het perceel de afgekeurde delen lagen en op welke juridische gronden deze waren afgewezen. Dit leidde tot het oordeel dat het besluit niet voldeed aan de eis van deugdelijke motivering volgens artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom verklaarde het College het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering.