ECLI:NL:CBB:2006:AX7362
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Herziening
- W.E. Doolaard
- H.C. Cusell
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening inzake ooipremie bij schapenhouderij
Verzoeker heeft bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van 4 maart 2005, waarin zijn beroep op ooipremie voor het jaar 2001 ongegrond werd verklaard. De oorspronkelijke uitspraak was gebaseerd op het feit dat de vennootschap onder firma (VOF) A en Zonen eigenares was van de schapenhouderij die in twee UBN's werd uitgeoefend, waardoor alleen de VOF als producent voor de premie in aanmerking kon komen.
Verzoeker stelde dat hij zelf eigenaar was van een eigen schapenhouderij met een eigen UBN en dat hij facturen en een pachtovereenkomst kon overleggen die dit ondersteunden. Hij betoogde dat dit een nieuw feit was dat niet eerder ter discussie stond en dat het beroep onterecht ongegrond was verklaard.
Het College oordeelde echter dat deze feiten en omstandigheden voor de uitspraak reeds bekend waren en dat het belang ervan tijdens de zitting van 21 januari 2005 ter sprake was gekomen. Omdat niet werd voldaan aan de wettelijke vereisten voor herziening op grond van nieuwe feiten of omstandigheden, wees het College het verzoek om herziening af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het College wijst het verzoek om herziening af omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die tot een andere uitspraak zouden leiden.