ECLI:NL:CBB:2006:AX8356
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering toekenning varkensrechten onder Wet herstructurering varkenshouderij
Appellante, een maatschap, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin werd beslist dat zij niet in aanmerking komt voor de categorieën 3 en 5 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv). Dit besluit volgde op een eerdere uitspraak van het College die verweerder verplichtte opnieuw op het bezwaar te beslissen.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het Bhv, waarbij het varkensrecht wordt bepaald op basis van het gemiddeld aantal gehouden varkens in 1995 of 1996. Appellante had geen opgave gedaan van het aantal gehouden dieren in die jaren, waardoor zij volgens artikel 2, eerste lid, Bhv is uitgesloten van de hardheidsregeling.
Appellante voerde aan dat zij rechtmatig varkens hield op grond van pachtovereenkomsten en dat zij niet de bedoeling had de wet te omzeilen. Zij stelde dat de regelgeving in haar situatie onbillijk uitwerkt en dat artikel 2 Bhv Pro onverbindend zou moeten worden geacht. Het College oordeelde echter dat het ontbreken van objectief verifieerbare gegevens aan toekenning van rechten in de weg staat en dat het niet bevoegd is de billijkheid van de wet te toetsen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College wees een proceskostenveroordeling af. Het bestreden besluit is daarmee in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving en de wetgever heeft slechts voorzien in afwijkingen voor groepen, niet voor individuele gevallen zoals die van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat zij geen opgave heeft gedaan en daardoor uitgesloten is van de hardheidsregeling.