ECLI:NL:CBB:2006:AX8815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing EG-steunverlening akkerbouwgewassen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvraag voor EG-steunverlening voor akkerbouwgewassen over 2004 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op satellietbeelden en controles waaruit bleek dat de opgegeven percelen in de referentieperiode 1987-1991 als blijvend grasland werden gebruikt en niet als akkerland.
Appellante stelde dat de percelen wel degelijk aan de definitie van akkerland voldeden omdat er sprake was van vruchtwisseling en dat de percelen in de referentieperiode meerdere jaren als bouwland waren gebruikt. Zij overlegde onder meer SKAL-certificaten, meitellingen en loonwerknota’s ter onderbouwing.
Het College oordeelde dat GeoRas, een gecertificeerd adviesbureau, de satellietbeelden volgens vaste procedures heeft geïnterpreteerd en dat appellante onvoldoende concreet en perceelsgebonden bewijs heeft geleverd om de conclusie dat sprake was van blijvend grasland te weerleggen. De aangevoerde stukken toonden slechts aan dat een deel van het bedrijf als akkerbouwland werd gebruikt, maar niet dat dit gold voor de specifieke percelen. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de percelen structureel met voederleguminose waren beteeld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag in stand. Het College benadrukte dat het aan de aanvrager is om aannemelijk te maken dat de percelen premiewaardig zijn en dat het tijdsverloop de bewijslevering bemoeilijkt, maar dit ontslaat de aanvrager niet van zijn bewijslast.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de percelen voldoen aan de definitie van akkerland.