ECLI:NL:CBB:2006:AX8822
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing EG-steunverlening akkerbouw wegens te late inzaai en te grote oppervlakte
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor EG-steun voor akkerbouwgewassen over 2004 werd afgewezen.
De kern van het geschil betreft perceel 5, dat op 3 juni 2004 werd ingezaaid, terwijl de uiterste inzaaidatum volgens Verordening (EG) nr. 1251/1999 op 31 mei lag. Daarnaast was de opgegeven oppervlakte van perceel 10 te groot, met een verschil van meer dan 20% ten opzichte van de geconstateerde oppervlakte. Dit leidde tot het besluit dat voor de gewasgroep maïs geen steun werd toegekend.
Appellante voerde aan dat de late inzaai het gevolg was van natte weersomstandigheden en principiële bezwaren tegen mestuitrijden tijdens Pinksteren, en dat zij eerlijkheidshalve niet had aangegeven dat de inzaai op 28 mei had plaatsgevonden. Het College stelde vast dat de inzaaidatum na de uiterste datum lag en dat de sancties van toepassing waren volgens de geldende verordening voor 2004. De latere, mildere sancties uit 2006 waren niet van toepassing op deze zaak.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar aanvraag voor EG-steun voor maïs wordt ongegrond verklaard.