ECLI:NL:CBB:2006:AX9820
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke boete wegens overtreding aardappelteeltverbod bevestigd
Appellante, een landbouwloonbedrijf, kreeg door het Tuchtgerecht Akkerbouwproductschappen een boete opgelegd van €500 wegens het telen van aardappelen op een perceel waar dat volgens de Verordening HPA aardappelmoeheid 2003 verboden was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet bewust de regelgeving had overtreden, omdat het perceel volgens een toezichthouder was onttrokken aan landbouwgebruik en een industriële bestemming had gekregen. Tevens stelde zij dat bij tijdige aanvraag een ontheffing zou zijn verleend en dat de boete daarom onredelijk was.
Het College oordeelde dat appellante als landbouwbedrijf op de hoogte moest zijn van de regelgeving en dat de nalatigheid om een ontheffing aan te vragen niet gebaseerd was op een verontschuldigbare rechtsdwaling. Ook de door appellante aangevoerde tijdnood werd niet als rechtvaardiging aanvaard, omdat dit voortkwam uit eigen keuze om het perceel nog te benutten. Het College vond de opgelegde boete passend, mede gelet op de ernst van de overtreding en het beschermde belang van het voorkomen van verspreiding van aardappelziekte.
Daarmee verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €500. De uitspraak steunt op de Verordening HPA aardappelmoeheid 2003 en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de boete wegens overtreding van het aardappelteeltverbod wordt ongegrond verklaard en de boete van €500 wordt bevestigd.