3. Het bestreden besluit
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Daartoe heeft hij, samengevat, het volgende overwogen.
De aanvraag is afgewezen, omdat uit de analyse van satellietbeelden door GeoRas is gebleken dat van het perceel 9 het noordelijk gedeelte ter grootte van 1.79 ha gedurende de referentieperiode 1987 tot en met 1991 niet met een akkerbouwgewas beteeld is geweest.
Dat appellante niet in staat is zich een oordeel te vormen omtrent de beelden, omdat een legenda bij de beelden ontbreekt, betekent niet dat het oordeel van GeoRas berust op een subjectieve interpretatie. Het maken van een legenda is achterwege gelaten omdat de op de beelden weergegeven kleuren per seizoen en per grondsoort kunnen verschillen. Dit maakt een eenduidige interpretatie onmogelijk. Aan de hand van een reeks van beelden kan echter wel een consistent patroon worden ontdekt, aan de hand waarvan met voldoende zekerheid is vast te stellen of er sprake is geweest van teelt van een akkerbouwgewas. Dat de begrenzing van perceel 9 op de beelden is verschoven is niet gebleken.
Om de aan de hand van satellietopnamen getrokken conclusies te kunnen weerleggen is bewijs op perceelsniveau vereist. De enkele mededeling dat appellante zeker weet dat de voormalig eigenaar D maïs en/of lelies heeft geteeld op het perceel is in dit verband onvoldoende. Uit de landbouwtellinggegevens van D blijkt hij in de referentiejaren 1989 tot en met 1991 geen hectaren voor de teelt van lelies heeft opgegeven.
Ten onrechte beroept appellante zich erop dat zij aan het feit dat zij reeds negen jaren achtereen steun heeft ontvangen voor perceel 9 het vertrouwen heeft kunnen ontlenen dat het perceel steunwaardig is. Na eerdere minder fijnmazige controles heeft verweerder in 2004 aan meer gedetailleerde gegevens getoetst. Op basis daarvan kan hij alsnog tot de conclusie komen dat een perceel niet voldoet aan de definitie akkerland.
Dat voor de aanvraag oppervlakten vanaf 2005 een referentieperiode geldt die loopt van 15 mei 1998 tot en met 15 mei 2003 laat onverlet dat verweerder bij de aanvraag 2004 gehouden is Verordening (EG) nr. 2419/2001 onverkort toe te passen.
De omstandigheid dat appellante het perceel pas in 1998 in gebruik heeft genomen en het feit dat de vorige eigenaar geen bewijsmateriaal meer voorhanden heeft kan niet leiden tot het oordeel dat appellante geen schuld heeft aan haar onjuiste opgave. Het beroep dat appellante doet op artikel 44, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 2419/2001 kan niet slagen.
Een aanvrager dient, voordat hij steun aanvraagt voor een perceel zich er van te vergewissen dat het perceel aan de voorwaarden voor toekenning van subsidie voldoet.
Indien hij niet zeker is van de steunwaardigheid moet de aanvrager het bewuste perceel niet voor subsidie opgeven.
In het verweerschrift heeft verweerder hieraan toegevoegd dat appellante ten onrechte stelt dat op satellietbeelden geen onderscheid is te zien tussen percelen met gras en percelen met lelies. Grasland geeft, afhankelijk van de lengte van het gras, een groene kleur (kort gras) of een oranje kleur ( langer gras). Lelies geven later in het seizoen een donkere kleur en na de oogst een blauwe kleur. Daarenboven heeft GeoRas op omliggende percelen wel maïsteelt kunnen vaststellen.
Het door appellante overgelegde kaartmateriaal waarop percelen staan aangegeven waarop in 2004 lelies werden geteeld, is door GeoRas geanalyseerd. Op de beelden van mei 2004 hebben deze percelen een blauwe kleur. Deze kleur ontbreekt op de beelden van perceel 9 uit de referentiejaren .