ECLI:NL:CBB:2006:AY4277
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar inzake dagquotum varkenshouderij
Appellanten dienden op 4 november 2004 een aanvraag in bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Verweerder verklaarde het daarop ingediende bezwaar van 15 november 2004 niet-ontvankelijk omdat het prematuur was. Appellanten stelden dat de redelijke beslistermijn was verstreken en dat het bezwaar dus ontvankelijk was. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie en constateert dat op het moment van indiening van het bezwaar nog geen sprake was van niet tijdig beslissen.
Het subsidiaire betoog van appellanten dat door tijdsverloop wel sprake was van niet tijdig beslissen, wordt door het College gehonoreerd. Na rappel op 11 mei 2005 was het niet langer toegestaan het bezwaar als prematuur te beschouwen. Inmiddels was een inhoudelijke beslissing op bezwaar genomen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005, waarbij het dagquotum werd aangepast.
Het College oordeelt dat appellanten met deze beslissing het maximale resultaat hebben bereikt dat zij met het beroep konden verkrijgen, waardoor geen procesbelang meer bestaat bij een inhoudelijke beslissing op het bezwaar. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.