ECLI:NL:CBB:2006:AY4316
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over terugvordering EG-akkerbouwsteun wegens onrechtmatige subsidieaanvraag
Appellanten A en B hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw waarbij de toegekende subsidie voor akkerbouwsteun over 2002 aan A is herzien en een deel is teruggevorderd. Dit volgde op een teledetectiecontrole die vaststelde dat het perceel waarop A subsidie had aangevraagd niet voldeed aan de definitie van akkerland.
B had percelen geruild met A om schapen te kunnen houden en braak te leggen, maar het perceel dat A als braak had opgegeven kwam niet in aanmerking voor subsidie. Verweerder verklaarde het bezwaar van B niet-ontvankelijk omdat B geen rechtstreeks belang had, en wees het bezwaar van A af omdat A verantwoordelijk was voor de correcte opgave van percelen.
Het College oordeelt dat A geen recht had op subsidie voor het graslandperceel en dat de terugvordering terecht is. Ook is B niet belanghebbende omdat zijn belang slechts afgeleid is. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van A wordt ongegrond verklaard en het bezwaar van B niet-ontvankelijk; de terugvordering van subsidie wordt bevestigd.