ECLI:NL:CBB:2006:AY4318
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake benutting varkensrechten binnen concentratiegebieden
Verzoekster exploiteert een varkenshouderij op twee locaties, waarvan één binnen het concentratiegebied D en één daarbuiten. Na een bedrijfsoverdracht per 23 december 2005 stelt verweerder dat het zwaartepunt van het bedrijf buiten de concentratiegebieden ligt, waardoor slechts 2 varkenseenheden binnen het concentratiegebied benutbaar zijn. Verzoekster betoogt dat op grond van het tot 1 januari 2006 geldende recht de benutbaarheid van varkensrechten niet beperkt mag worden en dat het zwaartepunt door de overdracht is verschoven naar het concentratiegebied.
Verweerder stelt dat het overgedragen bedrijf als afzonderlijk moet worden beschouwd en dat de beperking van de benutbaarheid van rechten conform de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) terecht is opgelegd om fraus legis te voorkomen. De voorzieningenrechter overweegt dat het niet duidelijk is welk recht van toepassing is, maar dat dit een zaak van openbare orde is die nog nader moet worden beoordeeld.
De voorzieningenrechter acht het financiële belang van verzoekster onvoldoende zwaarwegend om een voorlopige voorziening te treffen, mede omdat verzoekster geen aantoonbare bedreiging van de continuïteit van haar onderneming heeft gesteld. Bovendien kan verzoekster rechten verwerven die binnen het concentratiegebied benutbaar zijn. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het financiële belang onvoldoende zwaarwegend is en de benuttingsbeperking rechtmatig is.