ECLI:NL:CBB:2006:AY6700
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningverlening biotechnologische handelingen bij dieren voor atheroscleroseonderzoek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om aan B een vergunning te verlenen voor biotechnologische handelingen bij dieren in het kader van onderzoek naar atherosclerose. De vergunning betreft onder meer het gebruik van genetisch gemodificeerde muizen en is verleend voor een periode van vijf jaar met specifieke voorwaarden.
Appellante betoogde dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat onvoldoende inzicht is gegeven in de verschillende soorten dierschade en dat de vergunning te ruim is geformuleerd, waardoor onnodige schade kan ontstaan. Ook stelde zij dat de termijn van vijf jaar onvoldoende gemotiveerd is en dat de onafhankelijkheid van de Commissie biotechnologie bij dieren (Cbd) ter discussie staat.
Het College oordeelt dat de Minister in redelijkheid tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten en dat de door appellante aangevoerde rapportage niet concreet de toereikendheid van de gegevens betwist. De termijn van vijf jaar is gemotiveerd als passend bij de innovatieve en exploratieve aard van het onderzoek. De deskundigheid en onafhankelijkheid van de Cbd worden niet betwist. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor biotechnologische handelingen bij dieren wordt ongegrond verklaard.