ECLI:NL:CBB:2006:AY6878
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking GMP+-certificatie-instelling
Bureau Veritas Quality International (BVQI) was als certificatie-instelling geaccepteerd om GMP+-certificaten te verlenen aan ondernemers in de diervoedersector. Na meerdere audits in 2005 en 2006 werden tekortkomingen vastgesteld die BVQI niet tijdig verbeterde. Het Productschap Diervoeder trok daarom de acceptatie per 15 mei 2006 in.
BVQI maakte bezwaar tegen deze intrekking en verzocht het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening, waaronder schorsing van het besluit. BVQI stelde dat de intrekking onrechtmatig was, onder meer omdat de acceptatie niet eerst geschorst was en omdat de publicatie van de intrekking op de website en aan relaties onredelijk was.
Het College oordeelde dat het Reglement en de bijbehorende Bijlage C2 beleidsregels zijn die het sanctioneren van certificatie-instellingen regelen. Hoewel Bijlage C2 een sanctieschema bevat, kan het Productschap zwaardere sancties opleggen. Gezien de langdurige en ernstige tekortkomingen en het niet tijdig treffen van verbetermaatregelen was intrekking gerechtvaardigd.
De voorzieningenrechter stelde vast dat BVQI een voldoende spoedeisend belang had, maar dat er geen twijfel bestond over de rechtmatigheid van de intrekking in de bodemprocedure. De publicatie en communicatie over de intrekking waren gerechtvaardigd gezien de belangen van de diervoedersector. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de intrekking van de GMP+-acceptatie van BVQI is afgewezen.