ECLI:NL:CBB:2006:AY6963
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op buitengewone omstandigheden bij te late premieaanvraag dierlijke EG-premies
Appellant diende een premieaanvraag in voor het aanhouden van mannelijke runderen, maar deze werd te laat ingediend. Verweerder wees de aanvraag af op grond van Verordening (EG) nr. 2419/2001, die een afwijzing voorschrijft bij een termijnoverschrijding van meer dan 25 kalenderdagen, tenzij sprake is van overmacht of buitengewone omstandigheden.
Appellant voerde langdurige arbeidsongeschiktheid aan als buitengewone omstandigheid, ondersteund door een doktersverklaring. Het College oordeelde echter dat appellant ondanks zijn overspannenheid voldoende in staat was de aanvraag tijdig in te dienen of dit door een derde te laten doen, mede omdat hij hulp kon inroepen van zijn vader en het aanvraagformulier binnen de termijn was ingevuld.
Daarnaast was appellant niet tijdig met het melden van overmacht gekomen, zoals vereist binnen tien werkdagen. Gezien deze omstandigheden kon het beroep op overmacht of buitengewone omstandigheden niet slagen, waardoor de afwijzing van de aanvraag terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de te late premieaanvraag wordt ongegrond verklaard.