ECLI:NL:CBB:2006:AY8703
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhaving sluiting bloemenwinkel op zondag
Verzoeker exploiteert een bloemenwinkel die volgens de gemeente Utrecht onrechtmatig op zondag geopend was, in strijd met de Winkeltijdenwet. De gemeente legde een last onder dwangsom op en stelde een begunstigingstermijn tot 15 juli 2006. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat zijn winkel zonder zondagopenstelling niet kan voortbestaan, maar leverde geen bewijs van omzetverlies of financiële problemen.
Verder is vastgesteld dat verzoeker geen ontheffing heeft en dat de gemeente bevoegd is handhavend op te treden. Het langdurig niet-handhavend optreden van de gemeente leidt niet tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat handhaving in de toekomst achterwege blijft. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bijzondere omstandigheden faalt.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot handhaving sluiting bloemenwinkel op zondag wordt afgewezen.