ECLI:NL:CBB:2006:AZ2228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten
Verzoekster exploiteert een horecabedrijf en heeft een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester heeft deze vergunning geweigerd en een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder vergunning aanwezig hebben van de automaten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg het College om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.
Het College overweegt dat de kansspelautomaten al geruime tijd zonder vergunning aanwezig zijn en niet zijn verwijderd, ondanks een begunstigingstermijn van zes weken. Verweerder heeft echter aangegeven geen dwangsommen op te leggen gedurende de bezwaarperiode en zes weken daarna, en pas daarna controles uit te voeren. Hierdoor ontbreekt spoedeisendheid voor het verzoek om voorlopige voorziening.
Het College concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Er worden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. R.R. Winter namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 13 oktober 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning en last onder dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid.