ECLI:NL:CBB:2006:AZ3578
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving en handhaving last onder dwangsom op grond van Wet inzake de geldtransactiekantoren
Appellant, handelend onder de naam B, voerde geldtransferactiviteiten uit zonder geldige inschrijving in het Wgt-register, terwijl hij een aanvraag tot inschrijving had lopen. De Nederlandsche Bank (DNB) legde een last onder dwangsom op om deze activiteiten te staken en weigerde de inschrijving vanwege integriteitsbezwaren.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Het College van Beroep bevestigt deze uitspraak na beoordeling van de feiten en de toepasselijke regelgeving. Het handhavend optreden van DNB was gerechtvaardigd omdat appellant ondanks waarschuwingen zijn activiteiten voortzette in strijd met artikel 3 van Pro de Wgt.
Appellant voerde aan dat DNB onzorgvuldig had gehandeld en dat zijn betrouwbaarheid niet in twijfel mocht worden getrokken, mede vanwege de lange duur van de aanvraagprocedure en vermeende onduidelijkheden in communicatie. Het College oordeelt echter dat DNB voldoende duidelijk heeft gemaakt dat voortzetting van activiteiten zonder vergunning verboden was en dat de antecedenten van appellant zwaarwegend genoeg waren om zijn betrouwbaarheid te betwijfelen.
De grieven van appellant worden verworpen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak wordt bevestigd.