ECLI:NL:CBB:2006:AZ3847
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebberschap bij wijziging toelatingsbesluiten bestrijdingsmiddelen
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het beroep tegen het besluit van de toelatingshouder om de samenstelling van de bestrijdingsmiddelen Tanalith E 3485 en End-Seal+ te wijzigen. Verweerder heeft appellanten niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar omdat zij geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 Awb Pro.
Appellanten sub 7 wonen nabij een bedrijf dat deze middelen gebruikt en voeren aan dat zij daardoor rechtstreeks worden getroffen. Het College overweegt echter dat het besluit tot toelating en wijziging daarvan een generieke markttoelating betreft, waarbij het daadwerkelijke gebruik en de milieueffecten worden geregeld via milieuvergunningen. Hierdoor ontbreekt het directe en onlosmakelijke verband tussen het besluit en het persoonlijke belang van appellanten sub 7.
Ook appellanten sub 2 tot en met 6 en de Stichting worden niet als belanghebbenden erkend omdat hun belangen niet voldoende persoonlijk en direct bij het besluit betrokken zijn. Wel oordeelt het College dat verweerder het belanghebberschap van de Stichting onvoldoende heeft gemotiveerd, waardoor het besluit op dat punt wordt vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand.
Het College veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de Stichting. Het beroep van de Stichting wordt gegrond verklaard, terwijl de overige beroepen worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Stichting wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het belanghebberschap betreft; de overige beroepen worden ongegrond verklaard.