ECLI:NL:CBB:2006:AZ4295
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van toepassing kortingspercentage bij herstructurering varkenshouderij
Appellanten, een maatschap en een persoon, stelden beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw waarin hun bezwaar tegen de berekening van varkensrechten op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv) werd afgewezen.
De kern van het geschil betrof de toepassing van een generieke korting van 11% op de niet-gebonden mestproductierechten, die volgens appellanten onredelijk was, zeker gezien hun overwegend grondgebonden bedrijfsvoering. Zij voerden aan dat deze korting strijdig was met de ratio van de Whv, het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Het College oordeelde dat de korting voortvloeit uit een gebonden wettelijke regeling en dat de eerdere jurisprudentie omtrent de toepassing van het kortingspercentage ook hier van toepassing is. De regeling is gericht op groepen van gevallen en niet op individuele situaties, en de belangenafweging door de besluitgever is voldoende gemotiveerd en zorgvuldig. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat hun bedrijf substantieel anders was dan de groep waarvoor de regeling geldt.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de toepassing van het kortingspercentage van 11% op varkensrechten wordt ongegrond verklaard.