ECLI:NL:CBB:2006:AZ4848
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering EG-akkerbouwsteun wegens niet-steunwaardig perceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw tot terugvordering van akkerbouwsteun 2002, omdat een perceel niet voldeed aan de definitie van akkerland. Na teledetectieonderzoek bleek het perceel niet steunwaardig, waardoor het verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte meer dan 30% bedroeg. Verweerder paste daarop het sanctiestelsel toe en vorderde het reeds uitbetaalde bedrag terug.
Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw handelde en dat de sanctie disproportioneel en zonder voorziening voor overmacht is opgelegd, wat strijd zou opleveren met het proportionaliteitsbeginsel en het EVRM. Het College oordeelde dat het sanctiestelsel rechtstreeks voortvloeit uit Europese regelgeving en dat verweerder gebonden is aan de voorgeschreven sancties. Bovendien heeft appellante geen beroep gedaan op overmacht en geen bewijs geleverd dat haar geen schuld treft.
Het College bevestigt dat de sanctie proportioneel is en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing tot terugvordering blijft in stand, ook met het oog op de doorwerking naar toekomstige toeslagrechten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van de akkerbouwsteun wordt ongegrond verklaard.