ECLI:NL:CBB:2006:AZ5810
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering energieverklaring voor warmtepomp vanwege onvoldoende c.o.p.-waarde
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin de aanvraag voor een energieverklaring voor een warmtepomp werd geweigerd wegens het niet halen van de vereiste c.o.p.-waarde van minimaal 3,5. De warmtepomp betrof een Set-Free FS & FX Series van Hitachi.
Verweerder baseerde zijn afwijzing op technische tabellen van Hitachi waaruit bleek dat de c.o.p.-waarde 3,14 bedroeg, lager dan de vereiste 3,5. Appellante voerde aan dat bij de berekening rekening moest worden gehouden met een deellastpercentage van 38%, wat de c.o.p.-waarde gunstig zou beïnvloeden. Tevens stelde zij dat verweerder onterecht geen rekening hield met het opgenomen vermogen van binnendelen en dat de gebruikte tabellen onjuist werden geïnterpreteerd.
Het College oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat aan de c.o.p.-eis werd voldaan. De door appellante overgelegde grafieken waren interne, conceptdocumenten van Hitachi die niet voor publicatie bestemd waren en niet als bewijs konden dienen. Verweerder had terecht geen gebruik gemaakt van deze grafieken en ook niet van documentatie van andere leveranciers zoals Toshiba. De gehanteerde uitgangspunten van verweerder waren redelijk en gebaseerd op betrouwbare gegevens.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De weigering van de energieverklaring voor de warmtepomp werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de energieverklaring bevestigd wegens onvoldoende c.o.p.-waarde.