ECLI:NL:CBB:2006:AZ6201
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gunning aanbesteding Regiotaxi Vechtdal
In deze zaak heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen de beslissing van gedeputeerde staten van Overijssel en de betrokken gemeenten om de opdracht voor het collectief vraagafhankelijk vervoer Regiotaxi Vechtdal niet aan haar te gunnen, maar aan Arriva, die de economisch meest voordelige inschrijving zou hebben gedaan.
Verzoekster stelde primair dat er geen besluit in de zin van de Awb was genomen en subsidiair dat de beoordeling van haar offerte onjuist was, met name ten aanzien van de gegarandeerde gemiddelde leeftijd van de voertuigen die zij zou inzetten. Zij voerde aan dat zij een volledig nieuw wagenpark zou inzetten, terwijl verweerders uitgingen van een gemiddelde leeftijd van 1,6 jaar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beslissing wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is en dat beroep openstaat bij het College. Vervolgens werd geoordeeld dat de beoordeling van verweerders terecht was, omdat uit de offerte en het faxbericht van verzoekster bleek dat de gemiddelde leeftijd van 1,6 jaar betrekking had op het wagenpark ten tijde van inschrijving en dat concrete gegevens over een volledig nieuw wagenpark ontbraken. Ook de inhoud van het telefoongesprek waarop verzoekster zich beroept, was onvoldoende aannemelijk en mocht niet leiden tot een andere beoordeling.
Ten aanzien van de andere aspecten van het kwaliteitsplan, zoals de algehele staat en milieubelasting van de voertuigen, was de beoordeling van verweerders eveneens terecht, omdat andere inschrijvers concreter en uitgebreider hadden ingeschreven. Gezien deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gunning van de aanbesteding Regiotaxi Vechtdal aan Arriva wordt afgewezen.