ECLI:NL:CBB:2006:BC4704
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing korting varkensrechten op grond van Wet herstructurering varkenshouderij
Appellante, A B.V., stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw waarin bezwaren tegen de vaststelling van haar varkensrechten werden afgewezen. De kern van het geschil betrof de toepassing van een korting van 7,5% op grond van artikel 24 van Pro de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) en een korting van 11% op grond van artikel 14 van Pro het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
Het College oordeelde dat de minister ten onrechte het bezwaar tegen de korting van 7,5% niet-ontvankelijk had verklaard, omdat het besluit wel degelijk rechtsgevolg had en vatbaar was voor bezwaar en beroep. De minister had immers een inhoudelijke beoordeling gemaakt van de bedrijfssituatie van appellante, onder meer over de aanwezigheid van een groen-labelstal.
Ten aanzien van de korting van 11% op grond van het Bhv oordeelde het College dat deze niet in strijd was met de wet, de Grondwet, of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De korting is gebaseerd op ervaringsgegevens en betreft een generieke regeling voor groepen van gevallen met onbillijkheden van overwegende aard.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, en bepaalde dat de minister een nieuwe beslissing moet nemen. Tevens veroordeelde het College de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard; de minister moet een nieuwe beslissing nemen en proceskosten vergoeden.