ECLI:NL:CBB:2007:AZ9550
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing subsidieaanvraag scheepswerf onder Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw
Appellante, een scheepswerf, vroeg subsidie aan onder de Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de definitie van scheepswerf, met name vanwege het ontbreken van een vaste bouwlocatie en het uitbesteden van bouwwerkzaamheden.
Na bezwaar en hoorzitting verklaarde verweerder de bezwaren ongegrond, maar het College constateerde dat het bestreden besluit onbevoegd was genomen en dat de motivering onvoldoende was, met name vanwege inconsistenties in de toepassing van criteria bij andere subsidieontvangers.
Het College oordeelde dat de regeling niet in strijd is met de Europese Verordening 1177/2002 en dat de gehanteerde criteria binnen de beoordelingsruimte van verweerder vallen. Echter, verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de criteria consequent heeft toegepast, waardoor het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
Daarom vernietigt het College het besluit en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de subsidieaanvraag wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.