ECLI:NL:CBB:2007:AZ9603
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering inschrijving handelsregister vanwege onvolledige opgave en eerdere doorhaling
Appellant verzocht de Kamer van Koophandel om inschrijving van een vennootschap onder firma (vof) in het handelsregister met betrekking tot de activiteit verkoopbemiddeling. De Kamer weigerde deze inschrijving omdat de opgave onvolledig was, met name vanwege het ontbreken van instemming van een medevennoot, mevrouw D. Deze weigering werd bevestigd in een besluit van 11 november 2005, waartegen appellant bezwaar maakte, dat ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde in beroep dat hij verplicht was tot inschrijving en dat de weigering een onrechtmatige regulering van zijn eigendom vormde, tevens voerde hij aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat hij en mevrouw D niet waren gehoord. Tevens verwees hij naar een eerdere rechterlijke doorhaling van de inschrijving van de vof, die was veroorzaakt door ongeldige handtekeningen.
Het College overwoog dat eerdere weigeringen en uitspraken rechtens onaantastbaar zijn en dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een heroverweging rechtvaardigen. De verplichting tot opgave impliceert niet dat inschrijving moet volgen zonder instemming van alle betrokkenen. De procedure kan niet dienen ter oplossing van civielrechtelijke geschillen tussen vennoten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het verzoek van de Kamer om appellant te veroordelen in proceskosten werd afgewezen omdat appellant kennelijk nog niet duidelijk was dat een juiste en volledige opgave vereist is voor inschrijving. Het College waarschuwde dat herhaalde onvolledige opgaven kunnen leiden tot een andere beoordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering tot inschrijving in het handelsregister wordt ongegrond verklaard.