ECLI:NL:CBB:2007:BA7114
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake weigering vergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid
Verzoeker exploiteert een horecagelegenheid en vroeg vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester van Beverwijk weigerde deze vergunning omdat de inrichting niet voldeed aan de criteria voor een hoogdrempelige inrichting volgens de Wet op de Kansspelen.
Verzoeker stelde dat zijn horecagelegenheid wel degelijk een restaurant is dat maaltijden met drie niet-gemengde componenten serveert en dat afhaalactiviteiten buiten de inrichting plaatsvinden. De voorzieningenrechter oordeelde dat afhaalactiviteiten niet bijdragen aan het laagdrempelig karakter van de inrichting, maar dat het merendeel van de gerechten op de menukaart niet als driecomponentenmaaltijd kan worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de inrichting voor een aanzienlijk deel gericht is op afzonderlijke gerechten die een zelfstandige stroom bezoekers trekken, waardoor de inrichting niet als hoogdrempelig kan worden gekwalificeerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergunningverlening strikt volgens de wet moet plaatsvinden.
De voorzieningenrechter volgde de memorie van toelichting bij de Wet op de Kansspelen en stelde vast dat de huidige wetgeving en beleidslijn niet zijn gewijzigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt afgewezen.