ECLI:NL:CBB:2007:BA7164
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing akkerbouwsteun vanwege niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant diende op 28 april 2005 een aanvraag in voor akkerbouwsteun op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun. Deze aanvraag werd bij besluit van 24 februari 2006 afgewezen. Appellant maakte hiertegen bezwaar, maar dit bezwaar werd pas op 12 juni 2006 ingediend, na de wettelijke termijn van zes weken.
Verweerder verklaarde het bezwaar toch ontvankelijk vanwege omstandigheden rondom ontregelde postbezorging door de aanleg van een nieuwe woonwijk in het gebied waar appellant woonde. Appellant onderbouwde dit met een verklaring over slechte postbezorging, maar verweerder heeft deze niet nader onderzocht of bevestigd.
Het College oordeelt dat verweerder onvoldoende feitelijke grondslag heeft om te concluderen dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Verweerder had nader onderzoek moeten doen naar de ontvangst van het besluit door appellant en de postbezorging. Daarom vernietigt het College het bestreden besluit en beveelt verweerder opnieuw op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast veroordeelt het College verweerder in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing voor ontvankelijkheid van het te laat ingediende bezwaar.