ECLI:NL:CBB:2007:BA7361
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing akkerbouwsubsidie vanwege niet-aangeslagen gerst en niet tijdig melden overmacht
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij zijn aanvraag voor akkerbouwsubsidie werd afgewezen voor een deel van het perceel gerst, omdat de geconstateerde oppervlakte aanzienlijk lager was dan de aangevraagde. Dit verschil leidde tot het niet toekennen van subsidie volgens de geldende Europese verordeningen.
De appellant voerde aan dat de brand op zijn bedrijf en daaropvolgende slechte omstandigheden zoals het niet aanslaan van het heringezaaide gewas door weersomstandigheden en vraat door kraaien als overmacht moesten worden beschouwd. Tevens stelde hij dat hij de aanvraag niet tijdig kon aanpassen omdat hij pas laat op de hoogte was van het niet aanslaan van de gerst.
Het College oordeelde dat de brand weliswaar nadelige gevolgen had, maar dat appellant voldoende mogelijkheden had om zijn bedrijfsvoering te herstellen en tijdig wijzigingen aan te brengen in de aanvraag. Tevens was appellant nalatig in het tijdig melden van overmacht binnen de voorgeschreven termijn. De sanctie van het niet toekennen van subsidie volgde rechtstreeks uit de toepasselijke Europese regelgeving, waar de minister niet van mocht afwijken.
Daarom verklaarde het College het beroep, voor zover ontvankelijk, ongegrond en wees het verzoek om subsidie af. Het beroep tegen het eerdere besluit was niet-ontvankelijk omdat dat besluit was vervangen door een herziene beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister bevestigd.