ECLI:NL:CBB:2007:BA8640
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidie akkerbouwsteun vanwege niet-premiewaardige percelen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar aanvraag voor akkerbouwsteun over 2004 aan te passen en een deel van de percelen niet te honoreren omdat deze niet voldeden aan de definitie van akkerland. Dit betrof percelen die zij verkreeg binnen de ruilverkaveling “Land van Cuijk”.
Verweerder stelde dat appellante geen voorafgaande schriftelijke toestemming had gevraagd om percelen te vervangen zoals vereist in de regeling en dat er geen officieel generaal pardon was verleend voor de ruilverkaveling. Het College constateerde dat de ruilverkavelingscommissie onterecht de indruk had gewekt dat een generaal pardon bestond, maar verweerder hieraan niet gebonden was. Appellante kon dit niet overtuigend bewijzen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een vergelijkbare maatschap wel aannemelijk had gemaakt dat zij informatie had ontvangen over een generaal pardon en steunwaardige grond had ingeleverd. Verweerder had de aanvraag 2004 ambtshalve aangepast zodat geen sancties hoefden te worden opgelegd.
Het College concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling. De beslissing van verweerder blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt ambtshalve aangepast zonder sancties.