ECLI:NL:CBB:2007:BA8643
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering EG-akkerbouwsteun wegens niet-steunwaardige percelen na ruilverkaveling
Maatschap A heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin eerdere besluiten tot terugvordering van EG-akkerbouwsteun over 2001 en 2002 zijn gehandhaafd. De terugvordering was gebaseerd op bevindingen dat bepaalde percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland, omdat zij deels als blijvend grasland waren gebruikt.
Appellante voerde aan dat zij recht had op steun omdat zij de percelen had verkregen in het kader van de ruilverkaveling “Land van Cuijk” en dat een generaal pardon was verleend waardoor deze percelen als steunwaardig moesten worden beschouwd. Dit vertrouwen zou zijn gewekt door de landinrichtingscommissie.
Het College oordeelde dat er geen formeel besluit tot een generaal pardon is genomen en dat verweerder niet gebonden is aan de mededelingen van de landinrichtingscommissie. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op een dergelijk pardon. Tevens was zij niet tijdig met dit verweer gekomen. De terugvordering en de toegepaste kortingen waren daarom terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Maatschap A wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van EG-akkerbouwsteun gehandhaafd.