ECLI:NL:CBB:2007:BB4251
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op subsidie akkerbouw vanwege niet voldoen percelen aan definitie akkerland
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de aanvraag voor akkerbouwsubsidie 2005 werd afgewezen omdat twee percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1782/2003. De percelen 10 en 11 waren voorheen als fruitboomgaard in gebruik en werden door verweerder als niet geconstateerd aangemerkt, waardoor de totale aangevraagde oppervlakte meer dan 30% groter was dan de geconstateerde oppervlakte, wat tot afwijzing van de subsidieaanvraag leidde.
Appellant voerde aan dat hij telefonisch van een medewerker van het LNV-Loket had vernomen dat de percelen wel subsidiewaardig waren, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Verweerder stelde dat medewerkers van het Loket niet bevoegd zijn uitsluitsel te geven over subsidiewaardigheid en dat het beleid is om hierover geen informatie te verstrekken. Het College stelde vast dat appellant geen bewijs had geleverd van toezeggingen of juiste informatie en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat het in strijd zou zijn met duidelijke bepalingen van het gemeenschapsrecht.
Het College concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de percelen aan de definitie van akkerland voldoen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard.