ECLI:NL:CBB:2007:BB5016
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst – Tatomir
- A.J.C. de Moor – van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging van bloemkwekerijheffingen wegens ontbrekende ministeriële goedkeuring
Appellante, Westland Bloemen Export B.V., maakte bezwaar tegen vakheffingen over meerdere jaren opgelegd door het Productschap Tuinbouw. De beroepen betroffen besluiten over de jaren 1999 tot en met 2004. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven onderzocht of de verordeningen waarop de heffingen zijn gebaseerd, waren goedgekeurd door alle betrokken ministers zoals vereist in artikel 126, vierde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Wbo).
De ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Economische Zaken (EZ) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) werden geraadpleegd. De Minister van SoZaWe gaf aan geen goedkeuring te hebben verleend en zich niet betrokken te achten bij de verordeningen. De Minister van LNV verwees naar werkafspraken en gaf aan dat de Minister van EZ mede namens hem had goedgekeurd voor enkele jaren, maar de Minister van EZ verklaarde zich niet betrokken.
Het College concludeerde dat de verordeningen niet waren goedgekeurd door alle betrokken ministers en daarom onverbindend zijn. De bestreden besluiten konden niet in stand blijven en werden vernietigd. Tevens werden de primaire besluiten uit 2005 herroepen. Het College veroordeelde het Productschap tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de besluiten tot oplegging van bloemkwekerijheffingen worden vernietigd wegens ontbrekende ministeriële goedkeuring.