ECLI:NL:CBB:2007:BB5286
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming schade aviaire influenza op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij de tegemoetkoming in schade als gevolg van maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza definitief werd vastgesteld. De kern van het geschil betrof de waardebepaling van eieren die door het vervoersverbod van 4 april 2003 vrijwel onverkoopbaar waren geworden.
De waardebepaling vond plaats op basis van een taxatie door beëdigde deskundigen, waarbij de waarde van de eieren werd vastgesteld aan de hand van een leveringsfactuur van 31 maart 2003. Appellante stelde dat de waardering had moeten plaatsvinden op basis van de NOP richtprijs van week 15, de week waarin de taxatie plaatsvond.
Het College oordeelde dat de taxateurs terecht de factuur van 31 maart 2003 als uitgangspunt hebben genomen en dat verweerder in redelijkheid deze waardebepaling aan zijn besluit ten grondslag kon leggen. De omstandigheid dat de taxatie plaatsvond na het vervoersverbod, waardoor de marktwaarde nihil was, rechtvaardigde het niet om af te wijken van deze waardering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de tegemoetkoming in schade wordt ongegrond verklaard.