ECLI:NL:CBB:2007:BB5618
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van subsidiëring en korting bij overschrijding basisareaal maïs en braakleggingsverplichting
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw over de berekening van haar akkerbouwsubsidie in het kader van de Regeling GLB-inkomenssteun. De kern van het geschil betreft de berekening van de korting wegens onvoldoende braaklegging en de proportionele verlaging van de subsidiabele oppervlakte maïs vanwege overschrijding van het nationaal basisareaal.
Het College heeft vastgesteld dat appellante in productieregio 1 voldoende braakgrond heeft gelegd en een deel daarvan mocht overhevelen naar productieregio 2, waar zij echter niet volledig aan de braakverplichting voldeed. Hierdoor werd de subsidiabele oppervlakte maïs in regio 2 proportioneel verlaagd, wat leidde tot een korting van circa € 1594,28. Daarnaast is een algemene korting van 17,32% toegepast vanwege de overschrijding van het maximaal toegestane basisareaal maïs in Nederland.
Appellante voerde aan dat de korting onjuist was berekend en dat de maïskorting haar niet mocht treffen omdat zij haar areaal niet had overschreden. Het College oordeelde dat de berekeningen conform de toepasselijke Europese regelgeving waren uitgevoerd, dat de braakverplichting over de totale oppervlakte geldt en dat het proportionele omslagsysteem voor de maïskorting niet onredelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de akkerbouwsubsidie wegens onvoldoende braaklegging en overschrijding van het basisareaal maïs wordt ongegrond verklaard.