ECLI:NL:CBB:2007:BB6152
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit melkpremie en extra betaling 2006 op basis van referentiehoeveelheid
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap Zuivel waarin de melkpremie en extra betaling voor het jaar 2006 zijn vastgesteld op basis van een referentiehoeveelheid van 165.319 kg melk. Zij stelden dat hun gebruiksquotum op 31 maart 2006 hoger was, namelijk 201.599 kg, en dat de melkpremie daarop had moeten worden gebaseerd. Tevens voerden zij aan dat het quotum met 25% verhoogd had moeten worden op grond van het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de melkpremie en extra betaling volgens Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Regeling superheffing en melkpremie 2004 moeten worden berekend op basis van de op 31 maart van het betrokken kalenderjaar beschikbare individuele referentiehoeveelheid. Het stond verweerder niet vrij om een andere hoeveelheid te hanteren. De feitelijke geleverde hoeveelheid melk bood geen rechtsgrondslag voor een andere berekening.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat appellanten niet tot de groep van vetmelkers behoren die een quotumverhoging kunnen toepassen. Het College concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het besluit over de melkpremie 2006 blijft ongewijzigd.