ECLI:NL:CBB:2007:BB6662
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Verzoeker, een taxiondernemer, kreeg in 2001 een vergunning voor onbepaalde tijd verleend voor taxivervoer. Verweerder trok deze vergunning in 2006 in omdat niet langer werd voldaan aan de vakbekwaamheidseis, aangezien de procuratiehouder niet daadwerkelijk en permanent leiding zou geven aan de onderneming.
Verzoeker stelde dat hij mocht vertrouwen op de bestendigheid van de vergunning en dat de intrekking in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Tevens voerde hij aan dat de werkzaamheden van de procuratiehouder, gezien de kleinschaligheid van de onderneming, niet schriftelijk vastgelegd hoefden te worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was om te onderzoeken of de vakbekwaamheid in de praktijk werd nageleefd en dat het vertrouwensbeginsel niet verhinderde dat de vergunning werd ingetrokken bij niet-naleving. Uit het onderzoek bleek dat de procuratiehouder zich beperkte tot controle van administratie en ondertekening van weekstaten, zonder bewijs van daadwerkelijke leiding. Verzoeker kon onvoldoende aantonen dat de procuratiehouder daadwerkelijk leiding gaf.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had rekening moeten houden met het vijfjaarlijkse onderzoek en de mogelijkheid van intrekking. Ook persoonlijke omstandigheden en inschrijving voor een vakbekwaamheidscursus konden niet tot uitstel leiden.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.