ECLI:NL:CBB:2007:BB6860
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ondertoezichtplaatsing runderen wegens onvoldoende bewijs herkomst urinemonster
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw tot ondertoezichtplaatsing van alle runderen op zijn bedrijf, nadat in een urinemonster van een kalf carbuterol, een verboden stof, was aangetroffen. Het onderzoek vond plaats na een actiedag in een slachthuis waar urinemonsters van kalveren van verschillende bedrijven werden genomen.
De kern van het geschil betrof de vraag of het urinemonster met carbuterol daadwerkelijk afkomstig was van een kalf van appellant. Appellant betwistte dit en voerde aan dat de monsters niet volgens de regels waren genomen en geïdentificeerd, onder meer omdat de monsters gezamenlijk waren verzegeld en niet afzonderlijk, en omdat de monsterneming niet door de keuringsdierenarts maar door een assistent was verricht.
Het College oordeelde dat hoewel carbuterol in het monster was aangetroffen, onvoldoende vaststond dat het monster van appellant afkomstig was. De gezamenlijke verzegeling van de monsters en de omstandigheden van de monsterneming maakten een vergissing niet uit te sluiten. Daarom werd het besluit vernietigd, het bezwaar gegrond verklaard en de ondertoezichtplaatsing herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ondertoezichtplaatsing van de runderen op het bedrijf van appellant is vernietigd wegens onvoldoende zekerheid over de herkomst van het urinemonster.