ECLI:NL:CBB:2007:BC1434
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging wegens overtreding hygiënevoorschriften levensmiddelen
Appellante, een onderneming met meerdere vestigingen, werd beboet wegens overtredingen van de Warenwet en het Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, waaronder het niet naleven van temperatuurvoorschriften en registratie-eisen. Na inspecties in 2004 legde de minister boetes op, die appellante betwistte met beroep en hoger beroep.
De rechtbank verklaarde de bezwaren ongegrond en handhaafde de boetes. In hoger beroep oordeelt het College dat de boete voor de eerste overtreding terecht is opgelegd, omdat sprake was van ernstige overtredingen en het beleid van de minister niet onredelijk is. De waarschuwing voor een eerdere overtreding in een andere vestiging en een ander onderwerp werd als een gelijksoortige overtreding beschouwd.
Voor de tweede boete, opgelegd na een inspectie dertien dagen na de eerste, oordeelt het College dat appellante onvoldoende gelegenheid had gekregen om de overtredingen te herstellen. Daarom is het opleggen van deze boete buitenproportioneel en vernietigt het College het besluit. Tevens veroordeelt het College de minister in de proceskosten en bepaalt dat de Staat de griffierechten vergoedt.
Uitkomst: Boete voor eerste overtreding bevestigd, boete voor tweede overtreding vernietigd wegens onvoldoende gelegenheid tot herstel.