ECLI:NL:CBB:2008:BC3492
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering akkerbouwsubsidie wegens blijvend grasland
Appellante diende een aanvraag in voor akkerbouwsubsidie voor drie maïspercelen, die door verweerder werden afgewezen en waarop een uitsluiting werd opgelegd vanwege een verschil van meer dan 50% tussen aangegeven en geconstateerde oppervlakte. Verweerder baseerde dit op het feit dat de percelen in de referentieperiode als blijvend grasland waren opgegeven en niet voldeden aan de definitie van akkerland.
Appellante stelde dat de percelen tijdelijk grasland waren, ingezaaid met een graszaadmengsel voor tweejarige teelten, en dus subsidiabel. Het College oordeelde echter dat het feitelijk gebruik gedurende vijf jaar voorafgaand aan 15 mei 2003 bepalend is en dat een perceel dat uitsluitend als grasland is gebruikt, ook als tussentijds gescheurd en opnieuw ingezaaid, als blijvend grasland moet worden aangemerkt.
Het College volgde de uitleg van het Hof van Justitie in de zaak Gschossmann dat alleen een fysieke wijziging het perceel de status van akkerland kan geven. Appellante had niet aangetoond dat een dergelijke wijziging had plaatsgevonden. Ook de berekening van het uitsluitingsbedrag door verweerder werd als correct beoordeeld.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard.