ECLI:NL:CBB:2008:BC4741
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.L.W. Aerts
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming schade voor zieke dieren bij Aviaire Influenza
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin de tegemoetkoming voor schade aan zieke dieren als gevolg van Aviaire Influenza definitief werd vastgesteld. De kern van het geschil betrof de hoogte van de vergoeding voor zieke dieren, waarbij appellant stelde dat hij een hoger percentage zou moeten ontvangen dan de wettelijk vastgestelde 50%.
De zaak draaide om de waardevaststelling van de dieren op het moment van screening versus de taxatiedatum, waarbij verweerder de vergoeding baseerde op de waarde op de datum van screening (3 maart 2003) en het wettelijk bepaalde percentage van 50% voor zieke dieren toepaste. De taxateur had echter bij de taxatie op 5 maart 2003 rekening gehouden met het feit dat veel dieren inmiddels waren overleden, waardoor de waardering lager uitviel.
Het College oordeelde dat verweerder terecht is afgeweken van de taxatie, omdat de waardevaststelling op de taxatiedatum niet representatief was voor de vergoeding op basis van de wettelijke regeling. De wettelijke regeling schrijft een vergoeding van 50% van de waarde in gezonde toestand voor zieke dieren voor, en dit percentage is bindend. Het beroep werd ongegrond verklaard, ondanks de lange duur van de procedure en de stelling van appellant dat andere pluimveehouders hogere vergoedingen ontvingen.
De beslissing bevestigt dat de wettelijke regeling en de vaste jurisprudentie leidend zijn bij de vaststelling van de tegemoetkoming en dat afwijkingen alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk zijn, welke hier niet aan de orde waren.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vastgestelde tegemoetkoming voor zieke dieren wordt ongegrond verklaard.