ECLI:NL:CBB:2008:BC8268
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging boetes voor overtreding Wet verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds
ABP stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat zij artikelen 5, 6 en 7 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 had overtreden. De rechtbank had boetes van elk € 435.625,-- opgelegd wegens het niet naleven van regels omtrent het gebruik van naam en merk, gegevensverstrekking en informatieverstrekking.
In hoger beroep voerde ABP onder meer aan dat de normstelling onduidelijk was, DNB niet adequaat had gehandeld, en dat de boetes gematigd moesten worden. Het College overwoog dat de wet duidelijke regels stelt ter bescherming van gelijke marktverhoudingen en dat ABP niet had aangetoond dat zij niet kon voldoen aan deze regels.
Het College constateerde dat ABP naliet te voorkomen dat Loyalis NV, een gelieerd bedrijf, de naam ABP gebruikte op haar website, dat ABP deelnemers suggereerde machtigingen te verlenen voor gegevensverstrekking aan Loyalis, en dat ABP specifieke informatie gaf over producten van Loyalis, in strijd met de wet.
De boetes werden als proportioneel beschouwd, mede gelet op de ernst van de overtredingen en het wettelijk kader. De grieven van ABP werden verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien om partijen in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes van elk € 435.625,-- wegens overtreding van artikelen 5, 6 en 7 Wet Bpf 2000 door ABP.