ECLI:NL:CBB:2008:BC9959
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beperking gebruik biocide Woodlife HL 50 in gebruiksklasse 3
Verzoekster, toelatinghouder van het middel Woodlife HL 50, maakte bezwaar tegen wijziging van het wettelijk gebruiksvoorschrift die het gebruik van het middel voor hout in gebruiksklasse 3 (buiten blootgesteld aan weersinvloeden) verbood vanwege milieuredenen.
Verweerder had op basis van een beoordelingsrapport geconcludeerd dat het middel risico's voor het milieu oplevert bij gebruik in klasse 3, en paste daarom het gebruiksvoorschrift aan. Verzoekster stelde dat deze beperking onterecht en te vergaand was, dat een topcoat bescherming biedt en dat een overgangsperiode ontbrak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekster geen spoedeisend belang oplevert, maar dat het standpunt van verweerder niet evident onrechtmatig is. Wel was het besluit onvoldoende gemotiveerd wat betreft het ontbreken van een overgangstermijn. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die het gebruik in klasse 3 tijdelijk toestaat, met een termijn tot zes weken na beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld in proceskosten en tot vergoeding van griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering bij milieubeoordelingen en de afweging van belangen bij voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke procedures over biocidegebruik.
Uitkomst: Het gebruik van Woodlife HL 50 voor hout in gebruiksklasse 3 wordt tijdelijk toegestaan met vergoeding van proceskosten.