ECLI:NL:CBB:2008:BD0189
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- S.C. Stuldreher
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 3 bis Verordening 795/2004 over kortingen en uitsluitingen in GLB-inkomenssteun
Appellant betwist de vaststelling van zijn toeslagrechten voor het jaar 2000 vanwege een uitsluiting van slachtpremies na aantreffen van verboden stoffen bij zijn runderen. Deze uitsluiting werd opgelegd op grond van Verordening 1254/1999 en leidde tot een nultoekenning van geconstateerde dieren in dat jaar. Appellant voert aan dat artikel 3 bis Pro van Verordening 795/2004 hem recht geeft op herberekening van de toeslagrechten, omdat deze bepaling kortingen en uitsluitingen die een permanent karakter krijgen moet voorkomen.
Verweerder stelt dat artikel 3 bis Pro alleen ziet op uitsluitingen op grond van Verordening 2419/2001 en dat de opgelegde sanctie op basis van Verordening 1254/1999 niet onder deze bepaling valt. Bovendien is het beroep op overmacht te laat ingediend en wordt de uitsluiting geacht terecht te zijn opgelegd. Het College oordeelt dat het besluit tot uitsluiting onherroepelijk is geworden en dat het beroep op overmacht niet kan slagen.
Het College concludeert dat artikel 3 bis Pro van Verordening 795/2004 moet worden uitgelegd in het licht van het evenredigheidsbeginsel en dat uitsluitingen zoals die van appellant geen blijvende invloed op het inkomen mogen hebben. Om de juiste uitleg te verkrijgen, verzoekt het College het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beslissing over de reikwijdte van artikel 3 bis Pro in samenhang met artikel 2 onder Pro r) en s) van Verordening 2419/2001.
Uitkomst: Het College vraagt prejudiciële uitleg aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 3 bis van Verordening 795/2004.